Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
- 9.160
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2007 een lager belastbaar inkomen opgegeven dan door de Belastingdienst vastgesteld, met name doordat hij privégebruik van een auto en ontvangen gelden niet had aangegeven. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op, die eiser betwistte en waartegen beroep werd ingesteld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat de navorderingsaanslag onjuist is. Met name is geen bewijs geleverd van een reële terugbetalingsverplichting voor de ontvangen gelden van zakelijke relaties, noch is helderheid verschaft over het privégebruik van de auto en het gebruik van een woning in Spanje.
De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding van de zaak af vanwege het ontbreken van tijdige getuigenaanvragen en het belang van een spoedige behandeling. Gezien de omkering van de bewijslast op grond van artikel 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en het ontbreken van tegenbewijs door eiser, werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat eiser hiervan afstand deed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland te Haarlem op 28 november 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2007 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.