Uitspraak
Ontstaan en loop van de gedingen
2.Tussen partijen vaststaande feiten
12.960.000
f4,50 per aandeel. Op 16 november 2000 heeft een conversie van een begin dat jaar aan [F BEDRIJF] verstrekte converteerbare lening ad
ƒ75.000 plaatsgevonden waarvoor 14.164 aandelen zijn uitgegeven voor de conversieprijs van
ƒ6,50 per aandeel en 16.239 aandelen voor de prijs van
ƒ0. Gemiddeld bedraagt de conversieprijs derhalve
ƒ2,47 per aandeel (75.000/(14.164 + 16.239 =) 30.403). De conversievoorwaarden zijn op 16 november 2000 aangepast, zoals vastgelegd in een notariële akte. [N BEDRIJF] (hierna:[N BEDRIJF]) fungeerde als ‘Placement Agent’ met betrekking tot de uitgifte van de converteerbare geldlening.
OBJECTIVES:
4. Cashflow prognose december 2000
-/- ƒ 6.653.300 zou bedragen.
-/- ƒ 3.297.700 en de gebudgetteerde omzet voor 2001 bedraagt op dat moment ƒ 3.000.000.
ƒ 41,60).
f.83,75 per aandeel. In een faxbericht van 14 december 2000 bevestigde eiser dat hij aanwezig zou zijn bij de ‘voorbereidende vergadering’.
IMPORTANT INFORMATION
Purpose of this document
-/- ƒ 19.588.432 (-/- € 8.888.843).
4.3. Oordeel van de rechtbank over de waardering van de aandelen en het in verband daarmee al dan niet opzettelijk doen van onjuiste aangiften
ƒ 21.529.402
ƒ 132.159
ƒ 346.811, ƒ 783.875 en ƒ 722.889.
3.Geschil
- sprake is van een navordering rechtvaardigend nieuw feit dan wel kwade trouw;
- met de overdracht van de aandelen door eiser aan eiseres terecht en tot de juiste bedragen winstuitdelingen bij eiser in aanmerking zijn genomen;
- de aandelen door eiseres voor te hoge bedragen zijn geactiveerd en afgewaardeerd;
- de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard als bedoeld in artikel 27e van de AWR.
4.Beoordeling van het geschil
ƒ 167,50.
ƒ 167,50 dient dan ook als ondeugdelijk te worden aangemerkt. Extrapolatie naar ƒ 200 kan de rechtbank gelet op het voorgaande al helemaal niet volgen en is bovendien onvoldoende onderbouwd. Gelet op al hetgeen zich in de laatste maanden van 2000 rondom [K BEDRIJF] heeft afgespeeld, zou een afwaardering ten opzichte van die ƒ 167,50 hebben moeten plaatsvinden. Naar het oordeel van de rechtbank wijkt de door eisers gehanteerde verkoopprijs ad ƒ 200 per aandeel dan ook aanzienlijk af van de werkelijke waarde van de aandelen [K BEDRIJF] per 22 december 2000 en was eiser zich hiervan bewust.
£ 0,50 per aandeel. In de publicaties waar eiser op wijst zijn geen cijfermatige gegevens vermeld waaruit iets kan worden afgeleid met betrekking tot de waarde van de aandelen. Voor zover eiser de waardering baseert op de door [K] (CEO [L BEDRIJF] Ltd) tijdens de jaarvergadering in oktober 2000 genoemde introductiekoers van ‘een paar pond’, is dit naar het oordeel van de rechtbank te vaag om daar een waardering op te baseren, wordt een dergelijke waardering niet op enigerlei wijze objectief gestaafd en rechtvaardigt dit geenszins een waardering op £ 6.
ƒ 2,75 per aandeel. Eiser erkent dat, zoals ook blijkt uit de notitie ten behoeve van de Fiod (zie onderdeel 2.11.4.9), de waarde tot stand is gekomen middels een ‘upcount’ van 25% ten opzichte van de (hem bekende) prijs van het aandeel uitgaande van ƒ 2,10. Genoemde ƒ 2,10 is – naar eiser stelt - gebaseerd op een deelname van 25% van [Q BEDRIJF] in [H BEDRIJF] voor een bedrag van ƒ 6.000.000. Een en ander is vastgelegd in de zogenoemde Term Sheets opgesteld door [Q BEDRIJF] op 3 mei 2000 en nadien in een participatieovereenkomst op 19 juli 2000 (zie onderdeel 2.11.4.3). Dit document is goedgekeurd door alle aandeelhouders (inclusief eiser) en leidend geweest bij de onderhandelingen met [Q BEDRIJF], aldus eiser.
ƒ 1,92 de waarde per aandeel te hoog is vastgesteld. Dit houdt in dat de uitdeling in zoverre moet worden gesteld op (272.615 x ƒ 1,92 =) ƒ 523.420.
ƒ 41,60, wat hoger is dan ƒ 28,67, maakt dit niet anders nu dit te is gelegen ver na de waardepeildatum en niet kan worden vastgesteld dat de feiten en omstandigheden in de tussentijd gelijk zijn gebleven.
ƒ 18.017.612
ƒ 132.159
ƒ 3.073.709nihil
€ 1.497.465 -/-
1998 1999 2000 totaal
-346.811 -783.875 -/-722.889 1.853.575
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar behoudens de daarbij toegekende vergoedingen voor proceskosten;
- vermindert de navorderingsaanslag ib/pvv 2000 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 17.972.011 (€ 8.155.343), vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- vermindert de navorderingsaanslag vpb 2001 tot een berekend naar een belastbaar bedrag van nihil, stelt het verlies 2001 vast op € 1.309.845 (ƒ 2.886.518), vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- vernietigt de navorderingsaanslagen vpb 1998, 1999 en 2000 en de daarbij behorende beschikkingen heffingsrente, stelt de uit 2001 te verrekenen verliezen vast op respectievelijk ƒ 346.811, ƒ 783.875 en ƒ 722.889, en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- veroordeelt verweerder tot een aan eisers te vergoeden schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn ten bedrage van in totaal € 1.250 en bepaalt dat hiervan een bedrag van € 625 aan eiser wordt uitbetaald en een bedrag van € 625 aan eiseres;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 41 vergoedt; en
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 302 vergoedt.