Uitspraak
- GSP Form A 2003/715(D46)en/of
- GSP Form A 2003/715(D46)en
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte schuldig bevonden aan het medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften ten invoer en het gebruik van valse gegevensdragers, te weten GSP Form A certificaten, bij de invoer van schoenen uit Cambodja en Maleisië in de periode 2001 tot 2004. De aangiften waren onjuist doordat onjuiste landen van oorsprong werden vermeld, waardoor te weinig invoerrechten werden geheven.
De tenlastelegging betrof meerdere aangiften en valse certificaten die door verdachte en medeverdachten werden gebruikt om invoerrechten te ontduiken. De rechtbank oordeelde dat verdachte als directeur feitelijk leiding heeft gegeven aan deze fraude. Diverse e-mailcorrespondenties en onderzoeksrapporten, waaronder een OLAF-rapport, ondersteunden de bewezenverklaring.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding innerlijk tegenstrijdig was, dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van procesrechten, en dat het OLAF-rapport onbetrouwbaar was. Deze verweren werden door de rechtbank verworpen. Wel werd erkend dat de redelijke termijn was overschreden, wat werd meegewogen bij de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 200 uur, vervangbaar door 100 dagen hechtenis, en een geldboete van €10.000, vervangbaar door 85 dagen hechtenis. De straf weerspiegelt de ernst van het vertrouwen dat werd geschonden en de ontwrichtende werking van de fraude op de gemeenschappelijke markt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 200 uur taakstraf en een geldboete van €10.000 wegens medeplegen van douanefraude.