ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ6732
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatieplicht luchtvaartmaatschappij bij vluchtvertraging door technisch mankement
De passagiers vorderden compensatie van Transavia Airlines wegens een vertraging van circa vier uur op een vlucht van Malaga naar Rotterdam op 25 april 2011. Transavia weigerde te betalen en stelde dat bij vertraging geen compensatie verschuldigd is, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden.
De rechtbank verwijst naar het Sturgeon-arrest en het Wallentin Herman-arrest van het Europese Hof van Justitie, waarin is bepaald dat technische mankementen die inherent zijn aan het normale onderhoud van een vliegtuig geen buitengewone omstandigheden vormen. Transavia stelde dat technische problemen die zich na de vrijgave van het toestel voordoen wel buitengewoon zijn, maar de rechtbank verwierp dit standpunt.
De rechtbank oordeelt dat technische mankementen of indicaties daarvan die zich na de vrijgave van het toestel voordoen, in beginsel inherent zijn aan de normale bedrijfsuitoefening van een luchtvaartmaatschappij en dus geen buitengewone omstandigheden opleveren. Transavia kon daardoor geen beroep doen op vrijstelling van compensatieplicht. De vordering tot betaling van € 800,00 plus wettelijke rente wordt toegewezen, de incassokosten worden afgewezen en Transavia wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van € 800,00 compensatie plus wettelijke rente wegens vluchtvertraging.