ECLI:NL:RBNHO:2014:10588
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens schending inlichtingenplicht WW met matiging door evenredigheidstoets
Eiseres ontving een WW-uitkering van mei 2011 tot maart 2013 en werkte in februari 2013 zes en een half uur zonder dit te melden. Verweerder legde haar een boete van €150 op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiseres voerde verminderde verwijtbaarheid aan vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder zwangerschap en zorg voor kinderen, en betoogde dat de boete disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres de inlichtingenplicht objectief en subjectief had geschonden en dat haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd om verminderde verwijtbaarheid aan te nemen. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder de boete niet had gemotiveerd met betrekking tot de omstandigheden van de overtreding en dat het standpunt van verweerder dat de minimale boete van €150 niet kon worden gematigd niet strookte met het evenredigheidsbeginsel uit de Awb.
De rechtbank matigde daarom de boete naar €75, ondanks dat dit hoger is dan het netto te veel ontvangen bedrag van €40,21. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank matigt de boete van €150 naar €75 wegens schending inlichtingenplicht WW en vernietigt het bestreden besluit.