Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 november 2014 in de zaak tussen
[X 1] h.o.d.n. [X 2], wonende te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, Roosendaal, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[M] pure traditional basmati rice’ gebruikt, terwijl in de handelsbescheiden van de overige aangiften steeds de aanduiding ‘
[F]’ wordt gebruikt, soms met de toevoeging ‘PUSA’. Dezelfde omschrijving wordt ook gebruikt in de bescheiden bij de aangifte die onder 2 is gecorrigeerd. Deze omschrijving komt exact overeen met de omschrijving van witte rijst die in 2011 is aangegeven onder de onderverdeling voor witte of halfwitte rijst. Deze rijst is in 2011 door het laboratorium onderzocht en als witte rijst aangemerkt. Tussen partijen is niet in geschil dat in 2011 witte rijst is ingevoerd. De rechtbank zal de utb daarom met € 1.794,26 verminderen tot
Thai Parboiled Rice’. Uit de handelsbescheiden blijkt dat het gaat om een zending van het merk [N]’, met de specificatie ‘
100% thai parboiled rice (dark color)’. De teruggaaf is na overlegging van de bescheiden verleend, er heeft geen fysieke opname van de zending plaatsgevonden. De onder 5 bedoelde correctie heeft betrekking op zendingen ‘100%
Thai Parboiled Rice’ van de merken ‘[O]’ en ‘[Q]’ en op ‘[R]’ van het merk ’[N]’. Gelet op de voornoemde omstandigheden kan niet worden gezegd dat de bedoelde correcties zien op gelijksoortige rijst als die waarvoor de teruggaaf is verleend. Er is geen sprake van gelijke omstandigheden. Eiser doet daarom al vergeefs een beroep op de uitspraak van 3 juni 2009. Aan de vraag of aan de voorwaarden van artikel 220, tweede lid, sub b, van het CDW is voldaan, komt de rechtbank niet toe.
Beslissing
mr. M.C.A. Onderwater, leden, in aanwezigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2014.