ECLI:NL:HR:2012:BW7710
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is bij navordering douanerechten
Belanghebbende, een onderneming in bananenhandel, ontving een aanslagbiljet voor navordering van douanerechten over een periode waarin geen invoercertificaat was afgegeven. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het hof, die de navordering bevestigden, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of het vertrouwensbeginsel, zoals ontwikkeld in de Nederlandse belastingrechtspraak, ook van toepassing is op navordering van douanerechten. Het hof had geoordeeld dat navordering uitsluitend wordt beheerst door communautaire regelgeving, met name artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW, en dat het vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van belanghebbende. Volgens de Hoge Raad is naast het bepaalde in artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW geen ruimte voor toepassing van het vertrouwensbeginsel bij navordering van douanerechten. Dit volgt ook uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het vertrouwensbeginsel is niet van toepassing op navordering van douanerechten.