Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 maart 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 7 juli 2014 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
als C1000was de
inschattingin deze fase een omzet van
€ 275.000,- per week.
derde jaarna overname zou draaien
onder de Albert Heijn formule. De winkel van [X] is toen geplaatst in de omzetrange
€ 200.000,- tot
onder de Albert Heijn formulein deze fase in het
derde jaarna overname gesteld op
€ 250.000,-- per week.
onder de Albert Heijn formulein het
eerste jaargezet op
€ 280.000,--en het
derde jaarop
verbintenisrust om een franchisenemer in te lichten over de te verwachten omzet of winst. Van bijzondere afspraken over het verstrekken van inlichtingen zoals omzetprognoses gedurende de precontractuele fase is in dit geval niet gebleken. Nu derhalve geen sprake is van een verbintenis tot het verschaffen van inlichtingen, kan er ook geen sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van die verbintenis en evenmin van een daaruit voortvloeiende verplichting tot schadevergoeding.
4.000,00(2 punten × tarief € 2.000,00)
2.131,50(1 1/2 punt × tarief € 1.421,00)