ECLI:NL:RBNHO:2014:4748
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.P.W. van de Ven
- L.M. Kos
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering na individuele beoordeling prelinguaal dove aanvrager
Eiseres, geboren in 1995 en vanaf haar geboorte volledig doof, vroeg een uitkering aan op grond van de Wet Wajong. Na een functionele mogelijkhedenlijst door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundig onderzoek oordeelde verweerder dat zij niet arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een uitkering. Bij bezwaar en beroep werd dit oordeel bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat er geen rechtsplicht bestaat voor de arbeidsdeskundige om eiseres persoonlijk te spreken en dat het voortijdig verlaten van de hoorzitting door de bezwaararbeidsdeskundige niet leidde tot schending van het recht op hoor en wederhoor. De individuele beoordeling van eiseres’ arbeidsmogelijkheden was volgens de rechtbank zorgvuldig en in lijn met jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Eiseres voerde aan dat haar handicap onvoldoende werd meegewogen bij het bepalen van het maatmaninkomen en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat anderen met een auditieve handicap wel een uitkering kregen. De rechtbank verwierp deze gronden vanwege het ontbreken van onderbouwing en het wettelijk kader dat het maatmaninkomen baseert op gezonde personen met vergelijkbare opleiding en ervaring.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit op juiste gronden is genomen en wees het beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.