ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAJONG-uitkering voor prelinguaal dove vrouw na individuele beoordeling
Appellante, die vanaf haar geboorte volledig doof is, vroeg een WAJONG-uitkering aan na het succesvol afronden van een MBO-opleiding. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij op haar 18e minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat het UWV de beperkingen van appellante niet heeft onderschat. De medische beoordeling hield rekening met haar communicatieproblemen en het risico op gevaarlijke situaties door haar doofheid. De geselecteerde functies betreffen eenvoudig productiewerk met schriftelijke of gebarentaalcommunicatie, passend bij haar beperkingen.
De Raad wijst een categorale benadering van prelinguaal doven af en benadrukt dat de WAJONG-uitkering alleen wordt toegekend bij een individuele beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De stelling dat de afwijzing willekeurig is, wordt verworpen. Ook de psychische belasting door het ontbreken van communicatie tijdens eentonig werk wordt onvoldoende onderbouwd geacht.
Appellante heeft inmiddels een vaste baan als klassenassistent op een school voor dove kinderen. De Raad concludeert dat zij met haar beperkingen in staat is om de geduide functies uit te oefenen en bevestigt de afwijzing van de WAJONG-uitkering zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd omdat appellante met haar beperkingen in staat wordt geacht eenvoudig productiewerk te verrichten.