ECLI:NL:CRVB:2007:BA2786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering prelinguaal dove appellant ondanks opleiding
Appellant, die sinds zijn geboorte volledig doof is en uitsluitend gebarentaal gebruikt, ontving een WAJONG-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Hij volgde een opleiding aan de University of Gallaudet, een instelling voor doven in de VS. Het UWV trok zijn uitkering in op grond van een arbeidsdeskundige beoordeling dat appellant geschikt was voor passende arbeid, ondanks zijn beperkingen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen niet juist waren vastgesteld, met name de psychische gevolgen van communicatieproblemen op de werkvloer, en dat de intrekking zijn opleiding doorkruist. Hij stelde dat er sprake was van willekeur vanwege verschillen in arbeidskundige opvattingen over prelinguaal doven.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen adequaat had vastgesteld en dat de geduide functies aansluiten bij deze beperkingen, waarbij communicatie via schrift en gebaren mogelijk is. Psychische belastbaarheid werd niet als belemmerend gezien. De Raad stelde dat het feit dat appellant prelinguaal doof is, niet automatisch leidt tot arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAJONG. De intrekking van de uitkering is niet in strijd met het verbod van willekeur en het opleidingsaspect rechtvaardigt geen uitzondering.
Daarmee bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter. De uitkering wordt ingetrokken met inachtneming van een uitlooptermijn van zes maanden, conform de geldende wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De intrekking van de WAJONG-uitkering van appellant wordt bevestigd ondanks zijn opleiding, omdat hij in staat wordt geacht passende arbeid te verrichten.