Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST
[verzoekster]
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De procedure
De feiten
3. Algemene bepalingen
(…)
“(…) Cliënte heeft nadien vastgesteld dat de aan uw cliënte toegezonden berekening onjuistheden bevat. De correcte beëindigingsvergoeding, gebaseerd op de 60+-regeling, bedraagt € 17.787,64 bruto. (…) Onverplicht en dus coulancehalve is cliënte bereid de vergoeding op € 34.702,41 bruto te handhaven, hetgeen betekent dat aan uw cliënte een vergoeding wordt toegekend die twee keer hoger ligt dan de vergoeding waarop uw cliënte op basis van het Sociaal Plan recht zou hebben. (…)
Het verzoek
primairtot betaling van een vergoeding van € 175.793,51 en
subsidiairtot betaling van een vergoeding van € 110.969,47, waarbij de geldende opzegtermijn, althans een vermeerdering van de vergoeding die een vergelijkbare vergoeding vormt met betrekking tot de inkomstenderving tijdens die opzegtermijn, in acht dient te worden genomen
en nog meer subsidiairtot betaling van een vergoeding van € 64.021,80, waarbij de geldende opzegtermijn, althans een vermeerdering van de vergoeding die een vergelijkbare vergoeding vormt met betrekking tot de inkomstenderving tijdens die opzegtermijn, in acht dient te worden genomen;