ECLI:NL:RBNHO:2015:2561
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting woning wegens hennepplantage
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van een woning vanwege een aangetroffen hennepplantage. De burgemeester had op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten tot sluiting van de woning voor twaalf maanden.
De politie trof in de woning een professionele hennepkwekerij aan met 190 moederplanten en 3633 stekken. Verzoeker, de verhuurder, stelde dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt en dat de sluiting onevenredig was, ook in het licht van zijn financiële belangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid tot sluiting terecht was uitgeoefend, ongeacht de persoonlijke verwijtbaarheid van verzoeker.
Verder werd geoordeeld dat de stekjes als planten konden worden aangemerkt en dat het beleid van sluiting bij meer dan 1000 planten niet onredelijk was. De sluiting werd niet in strijd geacht met artikel 8 EVRM Pro omdat verzoeker niet de bewoner was, en ook geen ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht werd gezien. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepplantage wordt afgewezen.