ECLI:NL:RVS:2014:299
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na sluiting bedrijfspand wegens hennepkwekerij
De zaak betreft het hoger beroep van een eigenaresse van een bedrijfspand die schadevergoeding vordert wegens de sluiting van haar pand door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester sloot het pand vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij en trok het besluit later in na een rechterlijke uitspraak over de motivering van de sluitingsduur.
De rechtbank oordeelde dat de schade niet het gevolg was van het besluit van 28 maart 2011, omdat de burgemeester ook een rechtmatig besluit had kunnen nemen met een kortere sluitingsduur. De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat de burgemeester bevoegd was het pand te sluiten en dat een sluiting van drie maanden passend was gezien de ernst van de situatie.
De Raad van State wijst het verzoek om schadevergoeding af omdat de schade ook bij een rechtmatig besluit zou zijn ontstaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.