ECLI:NL:RBNHO:2015:4180
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de definitieve vaststelling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 en 2009. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had de toeslag voor deze jaren vastgesteld op nihil, omdat eiseres niet had aangetoond dat zij de opgegeven kosten voor kinderopvang daadwerkelijk had betaald.
De rechtbank overwoog dat aan het verlenen van een voorschot op toeslag geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend dat een gelijke aanspraak op toeslag bestaat. Ook leidt het overschrijden van de wettelijke termijnen niet tot het verlies van bevoegdheid van verweerder om het voorschot te herzien. Dit is in lijn met vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiseres voerde aan dat zij niet was geïnformeerd over de verplichting om de bemiddelingskosten zelf te dragen en dat het onredelijk is dat zij hierdoor een groot deel van de toeslag moet terugbetalen. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij de kosten heeft gemaakt en dat het risico van het niet weten van deze verplichting voor haar rekening komt. Verweerder heeft geen informatieplicht hierover.
Gelet op het ontbreken van bewijs van gemaakte kosten heeft eiseres geen recht op kinderopvangtoeslag over de betreffende jaren. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 is ongegrond verklaard.