ECLI:NL:RBNHO:2015:7584

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 september 2015
Publicatiedatum
4 september 2015
Zaaknummer
4293602 AO VERZ 15-58
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder herplaatsingsmogelijkheid

De werkgever heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden. De werknemer erkent de verstoring en het onherstelbare karakter daarvan, evenals het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden.

De kantonrechter oordeelt dat op basis van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW, sprake is van een redelijke grond voor ontbinding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 november 2015, rekening houdend met een opzegtermijn van een maand.

Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €12.913 bruto aan de werknemer. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2015.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 november 2015 met toekenning van een transitievergoeding van €12.913 bruto.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 4293602 \ AO VERZ 15-58
Uitspraakdatum: 3 september 2015
Beschikking in de zaak van:
de besloten vennootschap Traduco BV,
gevestigd te Heerhugowaard
verzoekende partij
verder te noemen: de werkgever
gemachtigde: mr. D.C. Coppens
tegen
[werknemer],
wonende te [plaats]
verwerende partij
verder te noemen: de werknemer
gemachtigde: mr. P.R. Rojer

1.Het procesverloop

1.1.
De werkgever heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. De werknemer heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 27 augustus 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2.De beoordeling

2.1.
De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk is.
2.2.
De werknemer heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook de werknemer ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing.
2.3.
Nu de werknemer heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer. De kantonrechter benadrukt dat van de grond voor ontbinding werknemer geen verwijt valt te maken.
2.4.
Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van een maand. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW worden ontbonden met ingang van 1 november 2015.
2.5.
Partijen zijn het er ook over eens dat de werknemer aanspraak heeft op een transitievergoeding van € 12.913,00 bruto. De werkgever zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.
2.6.
De werkgever heeft ter zitting te kennen gegeven dat geen gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid om het verzoek in te trekken. De werkgever hoeft daarom ook geen gelegenheid te krijgen voor intrekking.
2.7.
Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 november 2015;
3.2.
veroordeelt de werkgever om aan de werknemer een transitievergoeding te betalen van € 12.913,00 bruto;
3.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 3 september 2015 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter