ECLI:NL:RBNHO:2015:7602

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 augustus 2015
Publicatiedatum
7 september 2015
Zaaknummer
230700
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 4 FaillissementswetArt. 28a WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen inneming rijbewijs in schuldsanering

Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro, waarmee de officier van justitie wordt verboden zijn rijbewijs in te nemen zolang op zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet is beslist.

De officier van justitie had aangekondigd het rijbewijs in te nemen wegens niet-betaling van een verkeersboete. Verzoeker voert aan dat hij als zzp'er afhankelijk is van zijn rijbewijs om inkomen te genereren en een minnelijke regeling met schuldeisers te treffen.

De rechtbank oordeelt dat het belang van verzoeker bij behoud van het rijbewijs voldoende aannemelijk is en wijst het verzoek toe onder de voorwaarde dat de voorziening vervalt bij een nieuwe overtreding. De beschikking geldt maximaal zes maanden en is uitvoerbaar bij voorraad.

De beslissing op het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling volgt separaat en zal nog worden bepaald.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe en verbiedt de inneming van het rijbewijs voor maximaal zes maanden onder voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

C/15/ 230700Sector civiel recht
zaaknummer: C/15/ 230700
Beschikking van 17 augustus 2015
op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening van
[verzoeker],
wonende te [adres],
verzoeker.
Op 11 augustus 2015 is ter griffie het verzoek ingekomen van verzoeker tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens heeft verzoeker de rechtbank verzocht om, totdat op het verzoek om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal zijn beslist, als voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro (Fw) de officier van justitie bij het Arrondissementsparket Noord-Nederland c.q. het Centraal Justitieel Incassobureau te verbieden over te gaan tot inneming van zijn rijbewijs.
Onder meer bij brief van 5 augustus 2015 heeft de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland aan verzoeker aangezegd het bedrag van een van de aan verzoeker opgelegde boetes op grond van de WAHV van – na verhoging – € 124,- te betalen vóór 14 augustus 2015, bij gebreke waarvan verzoeker met ingang van 26 augustus 2015 zijn rijbewijs moet inleveren voor een periode van vier weken.
De bevoegdheid van de officier van justitie tot het innemen van het rijbewijs is geregeld in artikel 28a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Het betreft hier één van de dwangmiddelen van de WAHV (naast de gijzeling en de buitengebruikstelling van het voertuig). Nu de WAHV niet voorziet in enig rechtsmiddel tegen het besluit tot inneming van het rijbewijs en er ook geen andere, met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat of open heeft gestaan waarbij de uitoefening van de bevoegdheid tot inname van het rijbewijs kan worden getoetst, is verzoeker ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 287 lid 4 Fw Pro (vgl. HR 10 maart 2006, LJN AU8172).
Ter onderbouwing van zijn verzoek voert verzoeker aan dat hij bezig is om te proberen een minnelijke regeling te treffen met zijn schuldeisers. Om een concreet en reëel aanbod te kunnen doen zodat een minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft, dient verzoeker zoveel mogelijk inkomen te genereren. Aangezien verzoeker werkzaam is als zzp-er is hij afhankelijk van eigen vervoer waarvoor het in het bezit zijn van een geldig rijbewijs noodzakelijk is.
Gelet op de pogingen van verzoeker om een minnelijke schuldregeling te treffen met zijn schuldeisers dan wel te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en hetgeen verzoeker daaromtrent heeft aangevoerd, is het belang van verzoeker bij het behoud van zijn rijbewijs voldoende aannemelijk geworden. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen onder de navolgende voorwaarde.
Op het verzoek tot van toepassing verklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal seperaat worden beslist. De datum waarop dit verzoek zal worden behandeld zal nog nader worden bepaald.

Beslissing

De rechtbank:
  • verbiedt de officier van justitie van het Arrondissementsparket Noord-Nederland c.q. het Centraal Justitieel Incassobureau over te gaan tot inneming van het rijbewijs van verzoeker;
  • bepaalt dat de voorziening geldt voor de duur van maximaal zes maanden en dat deze in ieder geval vervalt op het moment dat voor die tijd in eerste aanleg is beslist op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel dat dit verzoek wordt ingetrokken;
- bepaalt dat het verzoek tevens vervalt op het moment dat verzoeker na heden opnieuw een overtreding begaat op grond van de WAHV;
- bepaalt dat deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad is.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Kruithof en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2015.