ECLI:NL:RBNHO:2016:4332
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens eenmalige arbeid zonder tewerkstellingsvergunning
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tegen een bestuurlijke boete van €12.000,- opgelegd aan een werkgever wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De vreemdeling had onbetaald werk verricht in een snackbar, terwijl hij slechts tijdelijk in Nederland verbleef voor familiebezoek.
De arbeid bestond uit het helpen met schoonmaken en opruimen op verzoek van zijn broer, die ziek was. De rechtbank oordeelde dat deze werkzaamheden eenmalig waren en in de privésfeer vielen, niet als structurele bedrijfsvoering. De anonieme melding en controles konden geen bewijs leveren van meer structurele arbeid.
De rechtbank matigde de boete met 75% tot €2.000,-, uitgaande van het gewijzigde boetenormbedrag van €8.000,-, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de boete betrof.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot €2.000,-.