ECLI:NL:RBNHO:2016:6693
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Terwiel-Kuneman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende motivering en herstelplicht niet nagekomen
De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 augustus 2016 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen eiseres en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Na een eerdere tussenuitspraak waarin verweerder de gelegenheid kreeg een gebrek in het besluit van 28 augustus 2015 te herstellen, heeft verweerder besloten geen aanvullende motivering te geven. Hierdoor is het gebrek niet hersteld.
De rechtbank oordeelt dat zij niet kan terugkomen op haar eerdere oordeel uit de tussenuitspraak, tenzij in zeer uitzonderlijke gevallen, die hier niet aanwezig zijn. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtgevolgen in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat de juiste uitkomst nog te onzeker is. Ook wordt geen tweede bestuurlijke lus toegepast, omdat dit niet doelmatig zou zijn. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na het verkrijgen van gezag van gewijsde een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten, vastgesteld op €1.240,-. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd; verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.