Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 september 2016 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Het logboek, de passages aangeduid als:
- 10 februari 2012,
- 22 februari 2012,
Overwegingen
e-mailbericht van 7 juni 2013 van [G] aan [H] en behelst een verslag van hetgeen is besproken met [H] . Dit e-mailbericht is door verweerder aan de geheimhoudingskamer gezonden bij brief van 15 september 2015. Voorts heeft verweerder ter zitting ter zake van het e-mailbericht van 18 maart 2013 verklaard dat er uiteindelijk geen e-mailbericht is verzonden naar het Ministerie van Financiën; dit is ook nog nagevraagd bij [I] naar aanleiding van de stelling van eiseres. Er is alleen mondeling contact geweest met het Ministerie, zo vervolgt verweerder. Het e-mailbericht van 8 maart 2013 is aan de geheimhoudingskamer gezonden bij brief van 10 augustus 2015 en de geheimhoudingskamer heeft beslist dat het stuk terecht geheim is gehouden, zo besluit verweerder.