Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 oktober 2016 in de zaak tussen
[X] , gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres ( [A] ):
[A] :
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een vennootschap die deel uitmaakte van een groep, maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 2001-2002. De aanslag was gedagtekend op 6 januari 2007, maar het bezwaar werd pas in 2011 ingediend. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Eiseres voerde aan dat zij de aanslag nooit had ontvangen omdat deze naar een vestigingsadres was gestuurd zonder eigen brievenbus, en dat zij pas na toezending van een duplicaat in 2011 bekend werd met de aanslag. De rechtbank oordeelde dat de aanslag tijdig was verzonden naar het juiste adres en dat het vermoeden van ontvangst niet was ontzenuwd. De onduidelijkheid over de postbezorging kwam voor rekening van eiseres.
De rechtbank wees het beroep af omdat het bezwaar te laat was ingediend en er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het verzoek om schadevergoeding werd niet inhoudelijk behandeld. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 27 oktober 2016.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de navorderingsaanslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.