Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie d.d. 8 juni 2016, waarin opgenomen de bekennende verklaring van verdachte (dossierpagina 163);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant] d.d. 3 mei 2016 (dossierpagina’s 402 en 403);
ECLI:NL:HR:2011:BQ8600 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2011:BQ8600)).
De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte tegenover mevrouw [slachtoffer 1] heeft gelogen over zijn werkzaamheden, door te zeggen dat hij werkzaam was als rayonmanager bij de ING en dat hij voorheen advocaat was. Verdachte is bekend met de slechte financiële situatie van [slachtoffer 1] en toont persoonlijke bankbescheiden van haar. Hij deelt haar mee dat hij ervoor kan zorgen dat zij overstapt naar de ING Bank als zij daarvoor € 5.000,- betaalt. Middels de persoonlijke bankbescheiden wekt verdachte het vertrouwen van de op dat moment kwetsbare [slachtoffer 1] en wordt zij door de meerdere voornoemde leugens bewogen tot afgifte van het geldbedrag van € 5.000,-.
Blijkens de bewijsmiddelen heeft verdachte tegenover mevrouw [slachtoffer 3] gelogen over zijn baan bij de ING. Als zij samen naar Alkmaar gaan, deelt verdachte, dan kennelijk ook leugenachtig, mee dat hij voor zijn baas een paar telefoons moet aanvragen. Omdat hij geen ID en bankpassen bij zich zou hebben, vraagt hij [slachtoffer 3] om hem daarbij te helpen. Mede door de mededeling van verdachte dat hij na het weekend de afgesloten abonnementen laat overschrijven, wordt mevrouw [slachtoffer 3] bewogen om hem te helpen. Op één dag worden drie contracten bij drie verschillende providers afgesloten voor respectievelijk 4 mobiele telefoons en een Ipad. Vervolgens vertrekt verdachte met de telefoons en de Ipad en laat niets meer van zich horen. De afgesloten abonnementen worden niet overgeschreven.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten:
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vermogensmaatregel
9.Vorderingen benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
12 (twaalf) MAANDEN.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.000,- (vijf duizend euro)bestaande uit de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 5.000,- (vijf duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
60 (zestig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.194,95 (drie duizend en een honderd en vier en negentig euro en vijf en negentig cent)bestaande uit de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 3.194,95 (drie duizend en een honderd en vier en negentig euro en vijf en negentig cent)bestaande uit de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
41 (een en veertig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 5]geleden schade tot een bedrag van
€ 43.400,- (drie en veertig duizend en vier honderd euro) bestaande uit de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 43.400,- (drie en veertig duizend en vier honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
252 (twee honderd en twee en vijftig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.000,- (een duizend euro) bestaande uit de materiële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 1.000,- (een duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
20 (twintig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.