De werknemer trad in 1997 in dienst bij KLM als teamlid Bagage Processen in beveiligd gebied, een vertrouwensfunctie waarvoor een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) en Schipholpas vereist zijn. In maart 2013 werd hij aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie. Hij werd in maart 2016 strafrechtelijk veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor voorbereidingshandelingen tot invoer van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie.
KLM verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen, omdat de werknemer door zijn veroordeling de noodzakelijke VGB en Schipholpas verloor en niet meer in zijn functie kan worden herplaatst. De werknemer voerde verweer met de onschuldpresumptie en stelde dat KLM geen maatregelen had genomen gedurende de periode van verdenking.
De kantonrechter oordeelde dat de strafrechtelijke veroordeling onder verwijtbaar handelen valt en dat KLM niet verplicht is het hoger beroep af te wachten. Herplaatsing is niet mogelijk vanwege het ontbreken van VGB en Schipholpas. De arbeidsovereenkomst wordt per direct ontbonden zonder transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.