ECLI:NL:RBNHO:2017:2323
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.A.M. van Brussel
- J.M. Janse van Mantgem
- M.E. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Weigering toepassing hardheidsclausule op kosten Schadeschap Luchthaven Schiphol
De Vereniging Board of Airline Representatives in the Netherlands (BARIN) heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu om geen gebruik te maken van de hardheidsclausule uit artikel 8a.38, achtste lid, van de Wet luchtvaart. Deze clausule zou een deel van de kosten van het Schadeschap Luchthaven Schiphol niet doorbelasten aan de luchtvaartsector.
BARIN stelde dat het Schadeschap door onbehoorlijk bestuur en onwetmatig handelen onnodig hoge kosten had gemaakt, waaronder wettelijke rente en te hoge apparaatskosten, en dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was. De staatssecretaris oordeelde dat de extra kosten relatief beperkt waren en dat geen sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard.
De rechtbank overwoog dat het besluit van de staatssecretaris een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen toepassing vindt. De rechtbank verwierp de stellingen van BARIN dat de kosten aanzienlijk lager hadden kunnen zijn en dat de hardheidsclausule ruimer uitgelegd moest worden. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de doorbelasting tot economisch onverantwoorde gevolgen voor de luchtvaartsector leidde.
Daarmee faalden alle beroepsgronden van BARIN en werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van BARIN tegen de weigering van de staatssecretaris om de hardheidsclausule toe te passen wordt ongegrond verklaard.