Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2017 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- [B] , van 1 januari tot en met 31 augustus, € 10.685;
- [A] , van 1 januari tot en met 31 december, € 73.192;
- Omzet buiten dienstbetrekkingen voor een bedrag van € 9.008.
€ 7.980. De zelfstandigenaftrek bedraagt volgens de aangifte € 7.280 en de MKB-winstvrijstelling bedraagt € 98 (14% van (€ 7.980 -/- € 7.280)). De aangegeven belastbare winst bedraagt dus € 602. De inkomsten van [A] zijn aangemerkt uit loon uit dienstbetrekking voor een bedrag van € 73.192. Het totale – in de aangifte IB/PVV 2013 verantwoorde – inkomen uit werk en woning vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek bedraagt aldus € 73.794.
€ 1.019
€ 6.261
- Eiser leidt zelfstandig de trombone klas. De trombone is een bij-instrument. Aan het begin van het collegejaar worden audities gehouden en hij beoordeelt welke student hij tot zijn klas toelaat. Hij bepaalt onder meer wat de studenten doen, welke materialen ze gebruiken en hij geeft op deze wijze het traject vorm. Hij bepaalt of de studenten slagen.
- Eiser beoordeelt zelfstandig de voortgang van de lessen. Er is geen doorlopend werkgeversgezag.
- Eiser heeft aangegeven dat hij niet ziek is geweest in de periode dat hij les gaf.
- Eiser heeft een verantwoordelijkheid richting de Examencommissie van de betreffende hogeschool en derhalve is sprake van een gezagsverhouding.
- Als sprake is van ziekte, dan zal voor eiser een vervanger moeten worden geregeld.
De rechtsverhouding tussen eiser en [B] dient op grond van de in 2012 en 2013 gesloten arbeidsovereenkomsten als dienstbetrekking te worden gekwalificeerd, aangezien sprake is van loon, arbeid en gezag. Immers, voor de werkzaamheden betreffende [B] zijn overeenkomsten gesloten die naar inhoud en strekking een dienstbetrekking betreffen (zie hiervoor onder 3 en 4). Volgens de overeenkomsten wordt eiser bij [B] werkzaam in de functie van docent. Uit de overeenkomst blijkt verder dat sprake is van een salaris op basis van een functieschaal, een opzegtermijn, een pensioenverzekering bij het ABP, een vakantietoeslag, een vergoeding voor reiskosten, alsmede toepasselijke cao-bepalingen. Nu de werkzaamheden tegen een vooraf overeengekomen vergoeding worden verricht, loopt eiser in zoverre geen ondernemersrisico. De tijdelijke aard van die overeenkomst maakt dat niet anders. Dat heeft ook te gelden voor het risico dat geen nieuwe overeenkomsten worden gesloten. Dit is geen risico dat voldoende is voor het aannemen van ondernemersrisico en hangt als zodanig niet samen met de arbeidsverhouding met [B] . De kans dat [B] de overeengekomen vergoeding niet (volledig) uitbetaalt leidt evenmin tot het aannemen van ondernemersrisico. De overige risico’s waarop eiser zich beroept, brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel.
Beslissing
mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
21 april 2017.