Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
gemachtigde: B. Schoenmaker te Amsterdam
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
St. [Q] 266
24
-/- [€ 7.087 + € 2.269]).
50.658
4.32
9.272
geenvergoeding (…) Indien een optreden verkocht wordt, stelt hijzelf een artiestenovereenkomst op. (…) Totaal aantal acteurs varieert per opdracht. (…) De artiestenovereenkomst betreft (…) alleen het aandeel van [belanghebbende] (€ 204). (…) Naar de opdrachtgever gaat een factuur van 3 maal dat bedrag (3 artiesten x € 204), plus een extra bedrag daarboven. (…) Van dit extra bedrag (daarbovenop) wordt geld gereserveerd, waarmee de vereniging later de ‘kantooruren’ onder het nulurencontract uit kan betalen, indien er genoeg middelen zijn.”
Ik onderneem geen gerelateerde optredens buiten de vereniging om. Alle activiteiten die ik ontplooi naast Vereniging [F] zijn fundamenteel anders dan de werkzaamheden voor deze vereniging.
De Vereniging [F] heeft een naam in de markt.”
3.3. Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
De motivering van dit standpunt sluit aan op r.o. 3.6 van de uitspraak van de rechtbank.
Wat betreft de optredens als artiest is volgens de inspecteur sprake van het per opdracht inhuren van belanghebbende door Vereniging [F] en niet (per opdracht) door de opdrachtgever/wederpartij van Vereniging [F]. De inspecteur wijst erop dat in de artiestenovereenkomsten is vastgelegd dat bij annulering van het optreden door de opdrachtgever 70% van de “uitkoopsom” aan de artiest wordt betaald. De inspecteur weerspreekt op deze grond dat het risico voor het niet doorgaan van een optreden bij belanghebbende ligt. Voorts wijst de inspecteur erop dat een artiest op grond van de artiestenovereenkomst uiterlijk één uur voor aanvang van het optreden op locatie aanwezig dient te zijn om met opdrachtgever in contact te treden en zich voor te bereiden op het optreden. Deze bepaling wijst volgens de inspecteur (eveneens) op een gezagsverhouding tussen de artiest en Vereniging [F]. Volgens de inspecteur is er ook geen reden om voor wat betreft de aanwezigheid van een gezagsrelatie een onderscheid te maken tussen de werkzaamheden uit hoofde van het nulurencontract en die uit hoofde van de artiestenovereenkomsten.
4.4.1. Op grond van hetgeen onder 2 is vermeld en hetgeen belanghebbende ter zitting van het Hof heeft verklaard, gaat het Hof ervan uit dat de Vereniging [F] (hierna ook: de vereniging) een onderneming drijft die ten behoeve van bijzondere gelegenheden (zoals feesten en partijen) verrassingsoptredens aanbiedt en doet uitvoeren. Het gaat daarbij meestal om optredens van één of meer acteurs in de rol van [P], maar een ‘Burgemeesteract’ is ook mogelijk. De vereniging maakt daartoe gebruik van kantoorruimte, telefoon en een website, en beschikt voorts over kostuums en visitekaartjes met haar naam en telefoonnummer. Tevens beschikt de Vereniging [F] over een bestand (een ‘pool’) acteurs die voor door de vereniging aangeboden optredens kunnen worden ingehuurd. Om tot dit bestand te gaan behoren moet auditie worden gedaan ten overstaan van enkele medewerkers van de vereniging.
In dit verband gaat het Hof, gelet ook op hetgeen belanghebbende hierover ter zitting van het Hof heeft verklaard, ervan uit dat het niet de bedoeling is dat acteurs die door de Vereniging [F] worden ingehuurd buiten de vereniging om dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten. Indien iemand het concept van de optredens van de vereniging tracht te kopiëren, dan probeert de vereniging dat te laten stoppen.
Uit de uitspraak van de rechtbank en de onder 2.6 aangehaalde brief blijkt voorts dat de Vereniging [F] een bestuur heeft en dat belanghebbende daarvan geen deel uitmaakt.
In 2009 heeft belanghebbende 450 kantooruren gewerkt.
In 2009 heeft belanghebbende op basis van diverse artiestenovereenkomsten in totaal 280 uren als acteur gewerkt.
Het gaat hierbij om werkzaamheden die, gelet op hetgeen onder 4.4.1 is overwogen, deel uitmaken van de ondernemingsactiviteiten van de Vereniging [F]. Ter zake van die activiteiten is aannemelijk te achten dat het bestuur van de Vereniging [F] verantwoordelijk is voor de werkzaamheden die belanghebbende in het kader van de door de vereniging gedreven onderneming verricht en dat het bestuur (uit dien hoofde) bevoegd is aan belanghebbende aanwijzingen te geven.
De activiteiten die belanghebbende naast de vereniging ontplooit zijn, naar zijn zeggen, dan ook fundamenteel anders dan de werkzaamheden voor de vereniging. Voorts is het financiële risico van belanghebbende bij zijn optreden als acteur beperkt, in zoverre bij annulering van een optreden 70% van de alsdan verschuldigde uitkoopsom aan de artiest zou moeten worden uitbetaald.