ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1828
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over urencriterium zelfstandigenaftrek bij combinatie dienstbetrekking en onderneming
Belanghebbende, een musicus met een dienstbetrekking bij Stichting Muzieklycea en daarnaast een onderneming met dwarsfluitlessen en optredens, stelde dat de uren in dienstbetrekking meegeteld moesten worden voor het urencriterium van de zelfstandigenaftrek over 2002. Het geschil spitste zich toe op de vraag of er een nauwe samenhang bestond tussen de werkzaamheden in dienstbetrekking en de onderneming, en of de uren in dienstbetrekking als ondernemingsuren konden worden beschouwd.
Het Hof oordeelde dat er geen nauwe samenhang was en dat de dienstbetrekking geen ondergeschikte plaats innam binnen de ondernemersactiviteiten. De uren in dienstbetrekking konden daarom niet worden meegeteld. Verder stelde het Hof dat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslag beschikte over een nieuw feit, namelijk dat de inkomsten uit de dienstbetrekking ten onrechte als omzet uit onderneming waren aangemerkt.
De rechtbank had de navorderingsaanslag vernietigd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Er was geen sprake van ambtelijk verzuim door de inspecteur en geen aanleiding tot kostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2009.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd omdat de uren in dienstbetrekking niet meetellen voor het urencriterium van de zelfstandigenaftrek.