ECLI:NL:RBNHO:2017:3630
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M. Auwerda
- W.J.A.M. van Brussel
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak afwijzing nieuwe bijstandsaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing vermogenspositie
Eisers ontvingen sinds 1990 bijstand, maar na onderzoek bleek dat zij onroerende zaken in Turkije bezaten, wat leidde tot beëindiging en terugvordering van bijstand. Na eerdere afwijzingen vroegen eisers opnieuw bijstand aan in 2015. Verweerder wees deze aanvraag af vanwege onduidelijkheid over de vermogenspositie en onvoldoende bewijs dat de onroerende zaken om niet waren overgedragen.
De rechtbank oordeelt dat de onroerende zaken ten tijde van overdracht tot het vermogen behoorden en dat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat de overdracht zonder betaling plaatsvond. Desondanks is het niet aannemelijk dat eisers een vermogen hadden boven het vrij te laten bedrag, mede gezien de schuld aan verweerder en de taxaties.
Verder is vastgesteld dat eisers in 2015 bedragen ontvingen die boven de bijstandsnorm lagen, waardoor zij over die periode geen recht op bijstand hadden. Omdat verweerder het inkomen na 1 januari 2016 niet onderzocht heeft, is het besluit gebrekkig en moet dit worden hersteld. De rechtbank geeft verweerder zes weken om dit te doen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing, maar stelt verweerder in de gelegenheid het besluit te herstellen door nader onderzoek naar het inkomen.