In deze civiele bodemzaak stond centraal of het door de pachter gehuurde bollenland al besmet was met knolcyperus voordat het aan hem ter beschikking werd gesteld, en of de schade aan de bollen daardoor veroorzaakt was. De pachter moest dit aantonen, maar slaagde hier niet in omdat het deskundigenrapport van de pachter niet overtuigend was en geen hoor en wederhoor bevatte. Ook de overgelegde luchtfoto's waren onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de taxateur Van den Heuvel niet kon worden gewaardeerd als objectief bewijs, omdat het onderzoek niet ter plaatse was uitgevoerd en verpachter niet betrokken was bij het onderzoek. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de besmetting reeds bestond bij aanvang van de pacht.
In reconventie vorderde verpachter betaling van openstaande pachtsommen. De pachtkamer stelde vast dat het ging om teeltpacht, waarvoor registratie bij de grondkamer volstaat, en dat de pachtsommen onbetaald waren gebleven. Het verweer van pachter dat de overeenkomst buitengerechtelijk was ontbonden werd verworpen. De rechtbank veroordeelde de pachter tot betaling van de pachtsommen met wettelijke rente, maar wees de buitengerechtelijke kosten af wegens gebrek aan bewijs van gemaakte kosten.
De pachter werd in beide procedures veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.