Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 mei 2017 in de zaken tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“2.3.1. Het Hof is uitgegaan van een juiste vooropstelling omtrent het begrip onderneming in de zin van artikel 35c SW. Niettemin treft het middel doel. Het Hof heeft geoordeeld dat ook de ontwikkelingsactiviteiten van de vennootschap niet kunnen worden aangemerkt als onderneming in de zin van artikel 35c SW. Het Hof heeft aan dat oordeel ten grondslag gelegd dat de omvang van de ontwikkelingsactiviteiten ten opzichte van de overige activiteiten van de vennootschap, te weten de verhuur van onroerende zaken, te beperkt is om hieraan betekenis toe te kennen in die zin dat op basis van projectontwikkeling kan worden geoordeeld dat de vennootschap (ten dele) een onderneming drijft in de zin van artikel 35c SW. Beslissend is in dit verband echter of de ontwikkelingsactiviteiten op zichzelf bezien, kunnen worden aangemerkt als een onderneming in materiële zin. Daarom is het Hof er ten onrechte vanuit gegaan dat de relatieve omvang van de ontwikkelingsactiviteiten in verhouding tot de beleggingsactiviteiten beslissend is voor de beantwoording van de vraag of de vennootschap met de ontwikkelingsactiviteiten een onderneming in materiële zin drijft.”
- De verhuur van het complex aan de [d ] aan [h] betreft de belangrijkste inkomensbron van de vennootschap. Eisers hebben toegelicht dat verbouwingen van het complex nog steeds doorgaan en worden ingegeven door de wensen van de huurder. Ter zitting hebben eisers bevestigd dat aan deze wensen tegemoet wordt gekomen om de continuïteit van de onderneming van de vennootschap te waarborgen. De grote verbouwing van het complex waarbij de gevel geheel is vernieuwd heeft in 2015 plaatsgevonden en kan bij de beoordeling van de activiteiten in 2013 daarom geen rol spelen. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat ook deze werkzaamheden slechts zijn verricht om de huurrelatie te bestendigen. De vennootschap heeft immers geen verhoging van de huurprijs bedongen en [h] heeft toegezegd de supermarkt te blijven exploiteren en heeft afstand gedaan van het recht van eerste koop. Alle handelingen zijn naar het oordeel van de rechtbank daarom gericht op het behouden van [h] als belangrijkste huurder en aldus het in stand houden van de belegging. Dit wordt ondersteund door de verklaring van eiser ter zitting over de slechte huurmarkt voor complexen als dit in Bakel;
- Het appartement aan de [g] is in 1998 aangekocht om kinderen van erflater te huisvesten en is later verhuurd. Enige vorm van projectontwikkeling ter zake is voldoende gesteld noch gebleken;
- Uit de stukken die eiseres heeft overgelegd ter onderbouwing van haar stelling dat ten aanzien van de opstallen aan de [e] en de bospercelen aan de [f] sprake is van projectontwikkeling moet worden afgeleid dat in 2015 slechts sprake was van planvorming, zodat projectontwikkeling in 2013 niet aannemelijk is.