Uitspraak
Rechtbank noord-holland
.Mocht zulks toch het geval zijn, dan zal het aandeel als ondernemingsvermogen kunnen worden aangemerkt en mitsdien in box 1 worden belast. Het aandeel kwalificeert als belang minder dan 5%, zodat geen sprake is van een aanmerkelijk belang. Nu het belang kleiner is dan 5%, ligt de vraag voor of sprake is van een (oneigenlijke) deelneming, zodat de deelnemingsvrijstelling toepassing zou kunnen vinden. Wanneer het aandeel in een persoonlijke vennootschap wordt gehouden, zal ook de deelnemingsvrijstelling van toepassing zijn. Deze toezegging houdt verband met de afspraak in de
2 Winstallocatie
1.Aandelenbezit [ [F] ]
2.Voorkoming dubbele belasting
16 november 2006 als volgt bij brief van 7 december 2006:
21 januari 2011 staat – voor zover hier van belang – het volgende:
5 september 2012 volgt ook dat eiseres heeft aangegeven dat zij zich niet gebonden achtte aan het compromis. Eiseres is derhalve niet gebonden aan genoemd compromis.
artikel 42, lid 1, juncto artikel 34 van Pro het Bvdb, waarbij, zo begrijpt de rechtbank het betoog van eiseres, 20% van het winstaandeel is vastgesteld als naar het volgend jaar over te brengen buitenlandse winst. Deze beschikking doorschuifregeling is vervolgens - naar de rechtbank begrijpt als gevolg van genoemd compromis - bij het vaststellen van de aanslag vpb 2008 herzien en vastgesteld op 10% van het winstaandeel van eiseres in [F] . Gelet op dit een en ander moet het ervoor worden gehouden dat bij de aanslagregeling voor het boekjaar 2005/2006 en voor het belastingjaar 2007 de aangiften van eiseres (aanvankelijk) zijn gevolgd op het punt van de aftrek elders belast.
HR 16 december 2005, nr. 41.588, ECLI:NL:HR:2005:AU8171, BNB 2006/74).
mr. J. Gooijer, leden, in aanwezigheid van mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2017.