ECLI:NL:RBNHO:2018:10995
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding dienstreizen politiemedewerkers op basis van Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie
Twee politiemedewerkers hebben beroep ingesteld tegen besluiten waarin hun declaraties voor dienstreizen in de periode juni tot en met oktober 2016 zijn afgewezen. Verweerder stelde dat de reizen tijdens reguliere surveillancediensten plaatsvinden en niet kwalificeren als dienstreizen volgens het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie (Brvvp).
De rechtbank overweegt dat de werkzaamheden van eisers bestaan uit controles langs de snelweg en op het water, waarbij de reisbewegingen inherent zijn aan hun functie en dus structureel van aard zijn. Dit onderscheidt zich van dienstreizen die een incidenteel karakter hebben, zoals bedoeld in artikel 8 van Pro het Brvvp en de daarbij behorende toelichtingen.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet verplicht is een afbouwregeling te treffen, omdat het hier gaat om vergoeding van daadwerkelijk gemaakte kosten en eisers tijdig zijn geïnformeerd over de uniforme toepassing van de regeling. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de afwijzing van declaraties voor dienstreizen worden ongegrond verklaard.