Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.de vennootschap onder firma [v.o.f.]
[vennoot 1]
[vennoot 2]
1.Het procesverloop
2.De feiten
“Ik kan 1 rit betalen per keer als je komt. Dat is prima.”
“na de rechter mother fuckers.”
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad in juni 2018 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en een proeftijd. De werkgever zegde de arbeidsovereenkomst op 19 juli 2018 op met een beroep op het proeftijdbeding, maar deze opzegging werd later als onregelmatig beoordeeld.
De werknemer vorderde een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een achterstallige reiskostenvergoeding en een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werkgever betwistte de hoogte van de vergoeding en voerde aan dat de billijke vergoeding niet toekwam.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever een vergoeding wegens onregelmatige opzegging verschuldigd is over de periode 20 juli tot 1 september 2018 en veroordeelde tot betaling van € 2.339,28 bruto. De achterstallige reiskostenvergoeding van € 118,89 netto werd eveneens toegewezen met wettelijke rente. Het verzoek om een billijke vergoeding werd afgewezen omdat de werkgever direct na het onregelmatig opzeggen de werknemer een aanbod tot werkhervatting deed en er geen ernstig verwijtbaar handelen was vastgesteld.
De kantonrechter bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van vergoeding wegens onregelmatige opzegging en achterstallige reiskostenvergoeding, verzoek billijke vergoeding wordt afgewezen.