ECLI:NL:RBNHO:2018:3465
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor yurt wegens strijd met bestemmingsplan en landschap
Verzoekers hadden een omgevingsvergunning van rechtswege verkregen voor het plaatsen van een yurt op hun perceel, maar na bezwaar van omwonenden heeft het college deze vergunning herroepen, ingetrokken en alsnog geweigerd omdat de yurt in strijd is met het bestemmingsplan en niet past in het beschermde Texelse landschap.
Verzoekers stelden beroep in tegen deze weigering en voerden onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, stellende dat gemeenteambtenaren en de wethouder toezeggingen hadden gedaan omtrent het toestaan van de yurt zonder vergunning. De voorzieningenrechter oordeelde dat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan en dat de yurt als bouwwerk niet als kampeermiddel kan worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter volgde het college in haar standpunt dat de yurt niet past binnen het bestemmingsplan Buitengebied 2013 en het Beeldkwaliteitsplan Texel, en dat de vergunning terecht is geweigerd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en weigering van de omgevingsvergunning voor de yurt wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.