Verzoekers zijn eigenaar en bewoners van een woning waarvan de schuur werd aangetroffen met een hennepkwekerij. Verweerder, de burgemeester van Uitgeest, besloot tot sluiting van de woning en bijgebouwen voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De politie had op 6 november 2017 een hennepkwekerij met 196 planten en 550 gram knipafval ontmanteld, waarbij illegale stroom- en waterafname werd vastgesteld. Verweerder stelde dat de situatie ernstig was vanwege de hoeveelheid drugs, eerdere oogsten, illegale afname, en mogelijke betrokkenheid bij georganiseerde drugshandel. Verzoekers betoogden dat het hier een eerste constatering betrof, geen overlast was vastgesteld, en sluiting disproportioneel was, mede vanwege de aanwezigheid van minderjarige kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang, maar dat het besluit tot sluiting onvoldoende was gemotiveerd. Er was onvoldoende onderbouwing dat sprake was van een ernstig geval dat afweek van het uitgangspunt van een waarschuwing. De belangen van verzoekers, waaronder het belang van de minderjarige kinderen en het feit dat de kwekerij al meer dan zes maanden ontmanteld was, wogen zwaar.
Daarom werd het bestreden besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekers. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.