Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
(naar de rechtbank begrijpt: verdachte)fietste heel kalm en richtte het pistool naar voren. Voor de videotheek stapte hij af, legde zijn fiets neer en ging met grote passen de videotheek binnen, aldus deze getuige. De man maakte op de getuige de indruk heel gefocust te zijn.
(naar de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )de videotheek binnen ging, terwijl hij riep: ‘hij schiet op mij’. Een andere man stapte van zijn fiets en ging achter hem aan de videotheek in. Deze man had een pistool in zijn hand. Even later kwamen beide mannen weer naar buiten gerend. De dikke man liep voorop en de andere man ging achter hem aan en richtte volgens deze getuige zijn pistool op de dikke man.
- zich moeite heeft getroost om tot een ontmoeting met [slachtoffer] te komen;
- een vuurwapen en munitie in een tasje heeft meegenomen naar de ontmoeting;
- bij het naderen van de ontmoeting zijn hand in dit tasje heeft gehouden;
- vrijwel direct nadat hij [slachtoffer] had ontmoet, een handeling heeft verricht waardoor het vuurwapen is afgegaan, waardoor [slachtoffer] onder andere in de buikstreek werd geraakt;
- [slachtoffer] , die gewond de videotheek binnen was gerend, heeft achtervolgd met het vuurwapen in de hand en roepende ‘waar is ie’ en ‘blijf staan’;
- deze achtervolging buiten heeft voortgezet en daarbij het wapen op [slachtoffer] heeft gericht.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Onttrekking aan het verkeer
8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
acht (8) jaren.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 9.925,37 (negenduizend negenhonderdvijfentwintig euro en zevenendertig cent), bestaande uit € 1.025,37 als vergoeding voor de materiële en € 8.900,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 9.925,37 (negenduizend negenhonderdvijfentwintig euro en zevenendertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
zestig (60) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.