ECLI:NL:HR:2009:BI1812
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoedingsmaatregel en draagkracht verdachte bij strafbare feiten
De Hoge Raad heeft op 16 juni 2009 uitspraak gedaan in een cassatiezaak betreffende de toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van €2.500 aan Eneco Energie, met een vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-betaling. De verdediging voerde aan dat vanwege de gebrekkige draagkracht van de verdachte, die al jaren een bijstandsuitkering ontvangt en meerdere gezondheidsproblemen heeft, de maatregel niet zou moeten worden opgelegd.
De Hoge Raad benadrukte dat de draagkracht van de verdachte bij de bepaling van de hoogte van het bedrag geen rol speelt, maar dat het gebrek aan draagkracht slechts in uitzonderlijke gevallen reden kan zijn om af te zien van oplegging van de maatregel. Dit geldt met name wanneer vaststaat dat oplegging alleen zal leiden tot vervangende hechtenis. Het hof had geoordeeld dat het aangevoerde verweer niet aan deze hoge eisen voldeed, en dat oordeel werd door de Hoge Raad niet onjuist of onbegrijpelijk bevonden.
Daarnaast wees de Hoge Raad erop dat de schadevergoedingsmaatregel bedoeld is voor particuliere slachtoffers die moeite hebben met het invorderen van schade, en dat dit niet geldt voor een bedrijf als Eneco. Desondanks is het opleggen van de maatregel aan de verdachte passend geacht. De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte grotendeels verworpen, maar ambtshalve de opgelegde taakstraf en vervangende hechtenis verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het arrest bevestigt de strikte toepassing van art. 36f Sr en benadrukt het uitzonderlijke karakter van het niet opleggen van een schadevergoedingsmaatregel vanwege draagkracht, waarbij de rechter slechts in bijzondere gevallen gemotiveerd moet afwijken van de standaardregel.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot betaling van €2.500 met 47 dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling, waarbij draagkracht slechts in uitzonderlijke gevallen tot afzien van de maatregel leidt.