ECLI:NL:RBNHO:2018:7746
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale kamerverhuur en bouwbesluit-overtredingen in Zaanstad
Verzoekster verhuurt een pand in Zaanstad dat volgens het bestemmingsplan niet mag worden gebruikt voor kamerverhuur. Na controles op 15 mei 2017 en 30 april 2018 constateerde het college overtredingen van het bestemmingsplan en meerdere bouwbesluitvoorschriften. Het college legde een last onder dwangsom op en vorderde verbeurde dwangsommen.
Verzoekster voerde aan dat zij de woning als eengezinswoning verhuurt en niet verantwoordelijk is voor het gebruik door huurders. Ook stelde zij dat de dwangsommen onredelijk hoog zijn en dat de invordering haar gezondheid en financiële situatie zou schaden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van kamerverhuur en dat verzoekster als eigenaar en verhuurder verantwoordelijk is.
De hoogte van de dwangsommen is gemotiveerd aan de hand van het uitvoeringsbeleid en staat in redelijke verhouding tot het geschonden belang. De medische en financiële omstandigheden van verzoekster rechtvaardigen geen opschorting van de invordering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en de invordering daarvan wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.