ECLI:NL:RVS:2017:2674
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invordering dwangsom voor gebruik opslagtank zonder certificaat ondanks wetswijziging
Het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer legde aan [appellante] een dwangsom van €3.500,- op wegens het gebruik van een bovengrondse stationaire opslagtank voor afgewerkte olie zonder certificaat, in strijd met artikel 3.71d van de Activiteitenregeling milieubeheer en de PGS 30. Na betaling van de dwangsom onder protest, verzocht [appellante] om een invorderingsbeschikking, die het college aanvankelijk weigerde maar later alsnog nam.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was om deze invorderingsbeschikking te nemen, ook al was de dwangsom reeds betaald, omdat artikel 5:37, tweede lid, van de Awb dit verplicht bij verzoek van een belanghebbende. [appellante] stelde dat de grondslag voor de dwangsom onrechtmatig was en dat een wetswijziging per 1 januari 2015 het gebruik van de opslagtank zonder certificaat niet langer als overtreding bestempelde, waardoor invordering niet meer gerechtvaardigd was.
De Afdeling stelde echter vast dat het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom onherroepelijk was geworden en dat het belang van invordering zwaarwegend is. De wetswijziging en de reden daarvan vormden geen bijzondere omstandigheden om af te zien van invordering. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 oktober 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.