Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
-/-€ 11.760
Rechtbank Noord-Holland
Eisers exploiteerden tot 2011 een restaurant en richtten in 2008 een Ltd. op waarin zij ieder 50% aandeelhouder en directeur zijn. Eisers verstrekten gelden aan de Ltd., die zij als lening kwalificeren. Verweerder stelt dat het om een schijnlening of kapitaalverstrekking gaat en bestrijdt de afwaardering van de lening.
De rechtbank beoordeelt dat de geldverstrekking civielrechtelijk een lening is en dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een schijnlening. De vraag of de lening onzakelijk is, blijft onbesproken omdat de afwaardering in elk geval niet aftrekbaar is.
De rechtbank stelt dat eiseres niet heeft bewezen dat de tbs-vordering per eindbalansdatum lager gewaardeerd moet worden volgens goed koopmansgebruik. De berekeningen van eisers zijn onvoldoende onderbouwd en de vermogenspositie van de Ltd. biedt geen aanleiding tot afwaardering. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de afwaardering van de lening wordt niet erkend voor belastingaftrek.