Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 oktober 2018 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil4. In geschil is of de onderhavige voldoeningen op aangifte in strijd zijn met het Unierecht, met name met het recht op vrij verkeer van diensten (artikel 56 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU)). Het geschil spitst zich toe op de vraag waar de houder van het door eiser via de website www. [AA] .eu gespeelde internetpokerspel is gevestigd.
Eiser heeft zich – zakelijk weergegeven – op het standpunt gesteld dat de door hem behaalde winst bij www. [AA] .eu ten onrechte is belast met kansspelbelasting aangezien de aanbieder van het spel binnen de Europese Unie is gevestigd. Voor het bepalen van de vestigingsplaats van de aanbieder van het internetpokerspel zijn de twee belangrijkste criteria volgens eiser: in welk land de vennootschap is gevestigd waarmee eiser een overeenkomst heeft gesloten in verband met het deelnemen aan internetpoker en in welk land de vergunning is verleend voor het aanbieden van de door eiser afgenomen diensten.
“De beantwoording van de vraag of er sprake is van een binnenlandse loterij of ander binnenlands kansspel dan wel van een buitenlandse loterij, enz. is afhankelijk gesteld van de woonplaats of plaats van vestiging van de organisator van de loterij en dergelijke. Bestaat deze uit meer dan één persoon of lichaam, dan is het voor het stempelen van de loterij en dergelijke tot een binnenlandse voldoende, dat één van hen binnen het Rijk woont of is gevestigd.”Analoog aan de Memorie van Toelichting geldt volgens eiser dat als de organisator, of één van de lichamen die mede-organiseert, binnen de Europese Unie is gevestigd het kansspel als EU-kansspel dient te worden beschouwd.
welke van deze rechtspersonen is aan te merken als de houder van de spelen”stelt verweerder dat de Hoge Raad van mening is dat er bij [AA] slechts één rechtspersoon de houder van de spelen is. Volgens verweerder is het voor de Hoge Raad al duidelijk geweest dat [E] en [A] niet samen de spelen houden. Verweerder verwijst voor de invulling van het begrip houderschap naar de Memorie van Antwoord bij het wetsvoorstel inzake de Loterijbelasting, Kamerstukken II 1959/60, 5787, nr. 5, blz. 8.:
Naar aanleiding van de door vele leden ter zake gestelde vraag wordt medegedeeld, dat in het tweede lid alleen van “gehouden” wordt gesproken, omdat het aanleggen van een loterij zonder meer geen loterijbelasting verschuldigd kan doen worden. Eerst door het houden van een loterij ontstaan aanspraken op een prijs.” De vennootschappen op Malta zijn volgens verweerder geen medehouders van het pokerspel omdat deze vennootschappen niet de aanspraak op de prijs laten ontstaan.
Beslissing
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister voor Rechtsbescherming) tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister voor Rechtsbescherming) in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 501;
- gelast dat de Staat der Nederlanden (minister voor Rechtsbescherming) aan eiser vergoedt het betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 46.