ECLI:NL:RBNHO:2019:1933
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde twee-onder-een-kapwoning
De heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal stelde de WOZ-waarde van de woning van eiser, een twee-onder-een-kapwoning, voor het jaar 2018 vast op €950.000. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde dat de waarde te hoog was, onder meer omdat de woning van zijn buren, een drie-onder-een-kapwoning, een lagere transactieprijs had en beter vergelijkbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het door de heffingsambtenaar gebruikte waarderapport een systematische vergelijkingsmethode toepaste met marktgegevens van vergelijkbare woningen. Sommige vergelijkingsobjecten werden afgewezen wegens inhoudsverschillen of onduidelijkheden. De resterende vergelijkingsobjecten waren naar oordeel van de rechtbank voldoende vergelijkbaar en correct aangepast voor verschillen in onderhoud en voorzieningen.
Eiser stelde dat de buurwoning een beter vergelijkingsobject was, maar de rechtbank vond dat dit een ander woningtype betrof, namelijk een hoekwoning binnen een drie-onder-een-kapwoning, terwijl de woning van eiser een twee-onder-een-kapwoning is, wat binnen de gemeente als aparte categorie wordt gewaardeerd. Tevens ontbraken essentiële gegevens om een goede vergelijking te maken.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.