ECLI:NL:RBNHO:2019:2329
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van de Walderveen
- M.C.A. Onderwater
- F. Kleefmann
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen inzake BPM-heffing op personenauto’s met ex-rental waardering
Eiseres, een bedrijf dat personenauto’s importeert en verkoopt, heeft tegen de Belastingdienst beroep ingesteld tegen de opgelegde BPM-heffing op 207 voertuigen. De heffing was gebaseerd op een waardering ‘ex-rental’, waarbij de nieuwwaarde van de auto’s werd verminderd met een bedrag dat overeenkomt met gebruik als huurauto. De gemachtigde van eiseres stelde dat hierdoor te veel BPM was betaald en dat hij niet adequaat was gehoord in de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelt dat de aangiften BPM en de daarop gebaseerde heffing correct zijn uitgevoerd op basis van de ex-rental waardering. De stelling dat meer BPM is voldaan dan berekend, mist feitelijke grondslag. Tevens is vastgesteld dat eiseres geen rechtens te respecteren belang had bij een hoorgesprek, mede omdat verweerder meerdere data heeft aangeboden die niet zijn benut.
Verder verwierp de rechtbank het beroep op een algemene leeftijdskorting en de stelling dat bij wijziging van kentekenhouder opnieuw BPM verschuldigd zou zijn. Ook werd het beroep op artikel 110 VWEU Pro inzake vermeende discriminatie bij export van auto’s afgewezen op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank concludeert dat de beroepen ongegrond zijn en dat geen grond bestaat voor een kostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De beroepen tegen de BPM-heffing zijn ongegrond verklaard en de vorderingen afgewezen.