Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De relevante schriftelijke stukken
- een authentiek afschrift van het vonnis, afgegeven door het Kantongerecht te Danilovgrad op 26 september 2016, waarin een uiteenzetting van de feiten is opgenomen;
- een authentiek afschrift van het aanhoudingsbevel, afgegeven door Z. Radovic, president van het kantongerecht in Podgorica, van 31 januari 2017;
- een overzicht van de toepasselijke rechtsvoorschriften;
- middelen ter vaststelling van de identiteit van de opgeëiste persoon.
- een proces-verbaal van mr. M.A. Oudendijk, officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland, van 21 december 2018 waaruit blijkt dat de opgeëiste persoon op 20 december 2018 in verzekering is gesteld ex artikel 21 van Pro de Uitleveringswet (hierna: UW);
- de vordering van de officier van justitie zoals bedoeld in art. 23, eerste lid UW van 21 december 2018;
- de schriftelijke samenvatting van de opvatting van de officier van justitie, zoals bedoeld in art. 26, tweede lid UW van 12 maart 2019.
2.De overwegingen
, [initialen] , [initialen] , [initialen] , [initialen] , [initialen] , [initialen] , [initialen] , [initialen] , [initialen] , [initialen] en [initialen] , dat ze hen mishandeld hebben – dat ze hen op een onmenselijke en onterende manier hebben behandeld en dat ze zodoende hun rechten als mens geschonden hebben.
3.De beslissing
ontoelaatbaarde uitlevering aan Montenegro van [betrokkene] .