ECLI:NL:RBNHO:2019:3158
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op gelijkheids- en vertrouwensbeginsel bij kwalificatie inkomsten acteur als winst uit onderneming
Eiser, een acteur, betwistte de door de Belastingdienst opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2014, waarbij zijn inkomsten als loon uit dienstbetrekking waren gekwalificeerd. Eiser stelde dat op grond van beleid voor artiesten deze inkomsten als omzet en daarmee als winst uit onderneming hadden moeten worden aangemerkt, zodat hij recht zou hebben op ondernemersfaciliteiten.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat de Belastingdienst daadwerkelijk een begunstigend beleid voerde of dat in vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing was achterwege gebleven. De door eiser overgelegde bewijsstukken waren te globaal en niet concreet vergelijkbaar met zijn situatie.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de vaststelling van de aanslag 2016 niet kon worden aangemerkt als een bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst waarop eiser mocht vertrouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag inkomstenbelasting 2014 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onjuiste kwalificatie van inkomsten.