ECLI:NL:RBNHO:2019:3612
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing meerderheidsregel bij WOZ-waarde identieke woningen leidt tot verlaging
Eiser, eigenaar van een appartement, betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €394.000 voor het kalenderjaar 2018, vastgesteld door verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel, omdat vergelijkbare identieke woningen een lagere WOZ-waarde hebben gekregen.
De rechtbank stelt vast dat eiser de woning in 2016 voor €395.000 heeft gekocht en dat verweerder deze koopsom als uitgangspunt heeft genomen voor de waardebepaling op 1 januari 2017. Er zijn geen feiten of omstandigheden die aantonen dat deze koopsom niet de marktwaarde weerspiegelt. Echter, eiser heeft aangetoond dat er achttien identieke woningen zijn die een lagere WOZ-waarde hebben gekregen, wat een schending van het gelijkheidsbeginsel inhoudt.
Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom de WOZ-waarde van eiser afwijkt van die van de vergelijkbare woningen, vooral omdat in voorgaande en latere jaren de waarden gelijk waren. De rechtbank concludeert dat de meerderheidsregel toegepast moet worden en stelt de WOZ-waarde vast op €375.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de aanslag onroerende-zaakbelastingen aangepast. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd van €394.000 naar €375.000 wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.