Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
,
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) voor documenten, waaronder e-mailwisselingen over haar functioneren en een PwC-rapport. Verweerder heeft gedeeltelijk documenten verstrekt, maar de rechtbank oordeelt dat niet alle relevante e-mails en bijlagen zijn betrokken bij het besluit.
De rechtbank stelt vast dat de namen van ambtenaren in de e-mails niet openbaar hoeven te worden gemaakt vanwege bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Wel is geoordeeld dat e-mailwisselingen over eiseres in relatie tot het PwC-rapport onder het Wob-verzoek vallen en dat verweerder deze ten onrechte niet heeft betrokken.
Verder zijn bijlagen die bij e-mails horen integraal onderdeel van het verzoek en moeten ook deze worden onderzocht en mogelijk verstrekt. Verweerder moet ook back-ups op servers betrekken bij het onderzoek.
De rechtbank verklaart het bestreden besluit in strijd met artikel 3 van Pro de Wob en geeft verweerder acht weken de tijd om het gebrek te herstellen. Verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het bestuursorgaan moet aanvullend onderzoek doen en ontbrekende e-mailwisselingen en bijlagen verstrekken binnen acht weken.