Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 februari 2019 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [plaats] , eiseres
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
ECLI:NL:RVS:2018:957) hangt het antwoord op de vraag wanneer adequaat toezicht is gehouden af van de omstandigheden van het geval, zoals de aard van de werkzaamheden, de ervaring van de werknemer en zijn positie in het bedrijf. Van een werkgever kan in beginsel niet worden gevergd dat hij voortdurend een toezichthouder naast een - ervaren - werknemer plaatst. De enkele omstandigheid dat er geen toezichthouder aanwezig is op het moment van een ongeval, is op zichzelf niet voldoende om te komen tot het oordeel dat de werkgever niet voldoende feitelijk toezicht op de werkzaamheden heeft gehouden. Wel dient het feitelijke toezicht van dusdanige aard te zijn dat de werknemers hierdoor worden gestimuleerd om zich aan de veiligheidseisen te houden.
ECLI:NL:RVS:2014:2511) zijn deze na het ongeval getroffen additionele maatregelen relevant bij het bepalen van de hoogte van de boete. Daarnaast is de medewerkster na het ongeval zo goed mogelijk begeleid en ondersteund. Zo is zij thuis bezocht en is er telefonisch contact met haar gehouden, hetgeen aantoont dat eiseres zorg draagt voor haar medewerkers, ook als zij zijn geconfronteerd met een ongeval.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover het de hoogte van de vastgestelde boete