Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding
4.Bewijs
- Het feit dat de pasregistraties van verdachte van 10 en 25 februari 2005 passen in het scenario dat hij die dagen de daders heeft geholpen om op airside te komen;
- Het feit dat op de etage waar verdachte en zijn partner sliepen een rapaport (een rapport met actuele diamantprijzen) uit 2007 is gevonden;
- Een gesprek tussen verdachte en zijn toenmalige partner [verdachte 11] (welk gesprek is verkregen via OVC van 12 juli 2014) waarin zij bespreken wat ze wel en niet met de kinderen kunnen bespreken en verdachte vervolgens zegt:”
- Het feit dat verdachte behoorlijk geagiteerd reageert op het telefoontje op 17 januari 2017 van een undercover-agent die zich voordoet als een medewerker van een journalistiek onderzoeksbureau waarbij hij wordt gelinkt aan de diamantroof. Hij is niet verbaasd, maar heel kwaad dat iemand kennelijk gepraat heeft. Vervolgens wil hij op korte termijn met [verdachte 6] spreken.
"motherfucker" en het woord "
godver",goed te horen. Bij het opnieuw uitluisteren hebben twee verbalisanten gehoord dat verdachte zou zeggen "
can't believe somebody told of talked". Met heel veel moeite kan er gehoord worden dat verdachte zegt "
can't believe", maar de rest is niet te verstaan. Overigens staat de verdediging hier niet alleen in; er zijn ook twee verbalisanten die deze woorden niet hebben gehoord. Verdachte is hierover om een reactie gevraagd. Hij gaf aan dat hij boos en gefrustreerd was omdat zijn naam door de journalist ten onrechte werd genoemd. Hij wilde weten wie dat over hem zou hebben gezegd.
onder 3.ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
onder 3bewezenverklaarde levert op:
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vorderingen benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
onder 1. primair, subsidiair, meer subsidiair en
onder 3.ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4 weergegeven.
zes maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
drie maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer 2]niet-ontvankelijk in de vordering.
[slachtoffer 3]niet-ontvankelijk in de vordering.