Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 70.000,00 bruto;
Rechtbank Noord-Holland
De werkgever heeft bij de rechtbank Noord-Holland verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer erkende dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat voortzetting niet redelijk was en dat herplaatsing niet mogelijk was.
De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond voor ontbinding bestond op basis van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW. Partijen waren het eens over de opzegtermijn van vier maanden en de ontbinding per 1 januari 2020.
Verder erkenden partijen dat de werknemer aanspraak had op een beëindigingsvergoeding van €70.000 bruto, welke door de werkgever moest worden betaald. De kantonrechter bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2020 met betaling van een beëindigingsvergoeding van €70.000 bruto.